Lezen - taal - rekenen 

Uit wetenschappelijk onderzoek komt naar voren dat de voorkeur voor beelddenken en taaldenken zich ontwikkelt rond het vierde levensjaar. Dat is dus het moment dat het kind naar de basisschool gaat. Beelddenkers hebben moeite met de overschakeling naar de talige kant van school. Vaak zien we hier de eerste problemen ontstaan, waarbij niet de lesstof het probleem is, maar de manier van aanbieden van de lesstof. Doordat beelddenkers moeten omschakelen van beeld naar taal en andersom kunnen er problemen en hiaten ontstaan. Dat wordt voornamelijk zichtbaar bij het technisch lezen (letterkennis en letter-tekenkoppeling), begrijpend lezen, spelling en rekenen. Beelddenkers ondervinden vaak moeilijkheden (verkeerd onthouden) bij het automatiseren (van letters, klanken, cijfers). 

De volgende testen worden gedaan: 


  • technisch lezen: de BRUStest (snelheid van lezen van bestaande woorden) en de KLEPELtest (snelheid van lezen van "onzinwoorden") 

  • letterkennis: alle 36 letters en klanken snel benoemen 

  • tekstbegrip: lezen van een tekst (oplopend in moeilijkheidsgraad en lettergrootte) en beantwoorden van vragen 

  • spelling: woorddictee oplopend in moeilijkheidsgraad

  • schrijven: schrijven van een verhaal waarbij gelet wordt op inhoud, gebruik van interpunctie, maar ook schrijfhouding 

  • rekenen: Ojemann 6-minuten rekentest. Hierbij wordt gekeken naar het automatiseren