Beelddenk coaching voor kinderen in het VO


Iedere ouder/opvoeder wil het beste voor zijn of haar kind. Ouders willen niets liever dan dat hun kind gelukkig is. In de meeste gevallen is dat ook het geval. Maar soms heeft een kind het moeilijk doordat het leren op school niet zo lekker gaat. Het automatiseren van de tafels, het alfabet, de spelling en/of het klokkijken lukt maar maar niet.
 


Achtergrondinformatie Beelddenken

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat alle mensen in hun kleutertijd een voorkeur ontwikkelen voor het beelddenken of het taaldenken. Deze voorkeur blijft het hele leven aanwezig en heeft invloed op hoe de informatie bij iemand binnenkomt en hoe deze wordt verwerkt. Meestal wordt deze voorkeur erfelijk doorgegeven.

Beelddenkers staan, door deze manier van informatie opnemen, anders in het leven dan taaldenkers. Soms zo anders, dat hun gedrag op school opvalt of zelfs stoort. Ze ondervinden vaak problemen bij lezen, spellen, rekenen of organiseren.

Beelddenkers zijn vaak creatief (in denken en doen) maar hebben moeite met luisteren en het opnemen van mondelinge informatie. Ze klagen vaak over een vol hoofd en zijn sneller vermoeid. Hun prestatiepatroon is wisselend. Deze speciale manier van leren wordt vaak niet herkend.

De meeste mensen kunnen zowel in beeld als in taal denken. (40% beelden en 60% taal). Een beelddenker blijft een voorkeur houden voor de rechterhersenhelft en denkt voor meer dan  60% in beelden. Taaldenkers denken voornamelijk verbaal ( woorden/zinnen). Ze kunnen wel beelden in gedachten zien, maar die zijn puur illustratief of ondersteunend voor de manier waarop zij denken.

Het gaat bij beelddenkers niet alleen om beelden. Zij nemen  multi-zintuige-lijk waar (geluid, beeld, gevoel, geur, herinnering). Het kan ook omschreven worden als Visueel-Ruimtelijk denken.  


Stel je eens voor het woord Kat. In gedachten kun je het woord horen en de letters K A T zien. Een beelddenker ziet in gedachten een kat, kan de vacht, de staart en de snorharen zien, hij hoort ‘m als het ware miauwen. Hij heeft er ook een gevoel bij door de ervaring die hij met een kat heeft. De beelden zijn vaak driedimensionaal.

En dat heeft zowel voor- als nadelen. Een voordeel is dat een beelddenker in staat is om snel het geheel te overzien en vlot bij een oplossing komt. Het is een snelle manier van denken. Een nadeel is echter dat ze, datgene wat ze overzien, niet altijd vlug kunnen verwoorden. Ze moeten de woorden bij de driedimensionale beelden zoeken. Dat kost meer tijd en energie. Daardoor zijn ze soms moeilijk te volgen voor anderen. Beelddenkers kunnen in de war raken (desoriënteren) als iets niet logisch in hun denkwijze past. Bij tweedimensionale symbolen die plat en niet ruimtelijk zijn, zoals bijvoorbeeld de letters van ons alfabet, kunnen ze de automatische koppeling met de klank niet maken. Ze volgen niet het spoor van het geluid bij lezen of spellen, maar van het beeld. Daardoor kunnen ze een woord als 'poes' lezen als kat omdat ze allebei hetzelfde betekenen en het woord past in de context van het verhaal.
Beelddenkers zien wat ze denken (eigen werkelijkheid) en zien niet waarnaar ze kijken (werkelijkheid).





Het onderwijssysteem



Zowel beelddenkers als taaldenkers kunnen problemen krijgen bij het leren, maar in ons huidige onderwijssysteem zijn het vooral de beelddenkers die op verschillende gebieden tegen problemen aanlopen. De oorzaak daarvan ligt bij het feit dat ons onderwijssysteem verbaal en opeenvolgend is ingesteld. Beelddenkers verwerken immers de informatie met al hun zintuigen tegelijk. Alleen op deze manier zijn zij in staat om een beeld te vormen bij de aangeboden stof en deze te verwerken en te onthouden. De manier van onderwijzen in de meeste basisscholen is gericht op een verbale manier van informatie verwerken (de leerkracht vertelt/legt uit). Beelddenkers willen liever zien en doen.


Een ander probleem is, dat beelddenkers veel tijd nodig hebben om alle informatie in hun hoofd te vertalen: verbaal binnenkomende informatie moet worden omgezet naar beelden en beelden moeten weer omgezet worden naar woorden. Instructie en uitleg gaan voor hen te snel om te vertalen en daardoor begrijpen zij deze niet en raken achter. De leesmethoden die op scholen gebruikt worden zijn gebaseerd op analyse/synthese (hakken en plakken), terwijl beelddenkers bij de verschillende aangeboden losse letters geen beeld hebben. Hele woorden hebben voor hen betekenis d.m.v. het beeld dat ze erbij hebben, maar letters op zich hebben voor hen geen betekenis. Onze taal kent ook beeldloze woorden. Bijvoorbeeld: die, dat, de, een, het, enz. Beelddenkers slaan bij het lezen deze woorden vaak over omdat ze er van in de war raken, ze kunnen er geen beeld bij oproepen. Of beelddenkers (symptomen van) dyslexie of dyscalculie ontwikkelen hangt o.a. af van hun aanleg voor taal en rekenen. 


Een grote groep ondergewaardeerde leerlingen heeft een bijzondere gave: het zijn beelddenkers! Zij denken niet in woorden, maar in beelden. Het lesmateriaal niet begrepen en onthouden, omdat dit geschreven is voor woorddenkers. Vaak hebben beelddenkers een leerachterstand of denkt men aan dyslexie. Bijles helpt weinig omdat het leerwerk op ‘foute’ wijze wordt aangeboden. De training ‘Ik leer anders’ vertaalt de lesstof naar een andere manier van denken: BEELDDENKEN. Doe de test voor jezelf hieronder:

Ben jij een beelddenker?

1.     Denk je vooral in beelden in plaats van woorden? 

2.    Weet je dingen, zonder in staat te zijn uit te leggen waarom? 

3.    Los je problemen op ongebruikelijke wijze op? 

4.    Heb je een levendige verbeelding? 

5.    Herinner je wat je gezien hebt en vergeet je wat je hoort? 

6.    Ben je verschrikkelijk slecht in het spellen van woorden? 

7.    Kun je zaken visualiseren uit verschillende perspectieven? 

8.    Ben je organisatorisch gehandicapt? 

9.    Verlies je vaak het bewustzijn van tijd? 

10.   Lees je liever een kaart dan mondelinge aanwijzingen te volgen? 

11.    Herinner je plaatsen die je slechts een maal bezocht? 

12.   Is je handschrift voor anderen moeilijk leesbaar? 

13.   Kun je aanvoelen wat anderen voelen? 

14.   Ben je muzikaal, artistiek of mechanisch aangelegd? 

15.   Weet je meer dan anderen denken dat je weet? 

16.   Heb je een hekel aan spreken voor een groep mensen? 

17.   Voel je je slimmer naar mate je ouder wordt? 

18.   Ben je een slaaf van je (spel)computer? 

Als je 10 van de bovenstaande vragen met ‘ja’ hebt beantwoord, bent je zeer waarschijnlijk een visueel-ruimtelijke denkend. Aangezien beelddenken erfelijk kan zijn kun je je afvragen of bestaande problematiek bij uw kind(eren) hiervandaan kan komen. Beantwoord de volgende vragen om dit verder te onderzoeken:

 

Is jouw kind een beelddenker?


1.     Kan jouw zoon of dochter goed puzzelen?


2.    Houdt je kind veel van de TV en/of spelcomputer?


3.    Speelt je kind graag met constructiespeelgoed (Lego e.d.)?


4.    Heeft je kind een levendige verbeelding en kan daardoor op gaan in                    zijn/haar fantasiewereld?


5.    Wordt hij/zij makkelijk afgeleid?


6.    Moet je instructies vaak herhalen voordat taken worden uitgevoerd?


7.    Heeft je kind laat leren lopen?


8.    Wiebelt hij/zij veel?


9.    Eerst doen en dan pas denken?


10.   Is hij/zij overweldigend aanwezig op verjaardagen en in pretparken?
        (Na eerst de kat uit de boom te hebben gekeken.)


11.    Denkt je kind erg zwart-wit?


12.   Is hij/zij erg perfectionistisch, die niet graag faalt (gevoelig voor kritiek)?


13.   Wint je kind graag en is het een slechte verliezer?


14.   Herinnert hij/zij gebeurtenissen gedetailleerd (zelfs van jaren geleden)?


15.   Heeft je kind problemen met het vasthouden van een pen,


         slordig handschrift?


16.   Heeft je kind een allergie, last van astma of veel oorontstekingen (gehad)?


17.   Heeft je kind een goed gevoel voor humor (creatieve woordspelingen)?


18.   Moeten de etiketten uit kleding geknipt worden? Draagt hij/zij graag


         zachte stoffen en heeft hij/zij bijvoorbeeld een hekel aan harde knoopjes?


Als je 10 van de bovenstaande vragen met ‘ja’ hebt beantwoord, is jouw kind waarschijnlijk een beelddenker.


Beelddenker of niet?
De meeste ouders herkennen hun kind direct bij het beantwoorden van bovenstaande vragen. Deze lijst benadrukt met name de drukke kant van beelddenkers. Er zijn daarentegen ook veel beelddenkende kinderen die juist rustig zijn. Ieder mens is anders en uit zich ook anders. 

Bij EigenWijsOnderwijs bieden we ondersteuning middels een aantal methoden. Hierbij valt te denken aan:

  • de Leren Leren Methode

  • De methode Ik leer anders

  • De MatriXmethode